Vandaag is het 14 maart 2026. Ook bekend als \(pi\)-dag!
Wat heeft \(pi\) nu met taal te maken, hoor ik u denken?
De Griekse letter Pi \(pi\) is het gekende symbool voor het getal \(3,1415...\).
\(pi\) is gelijk aan de constante verhouding tussen de omtrek van een cirkel en de diameter ervan.
De onderstaande figuur - met wat R-code voor de liefhebbers -, illustreert deze verhouding:
library(plotrix)# lege ruimte makenplot(x =0:14, ylim=c(1,7), type="n",xlab="",ylab="",main="")r <-2.2# straal = 2.2# cirkel tekenendraw.circle(x =5, y =5,# middelpuntradius = r, # straal = rborder="red",lty=1,lwd=2)# diameter in de cirkel segments(x0=5-r, y0=5, x1=5+r, y1=5, col="blue", lwd=2) # omtrek als apart lijnstuksegments(x0=2, y0=3, x1=2*r*pi, y1=3, col="red", lwd=2) # diameter als apart lijnstuksegments(x0=2, y0=2, x1=2+2*r, y1=2, col="blue", lwd=2) # lengtes toevoegen als teksttext(x =12, y =2.8, "omtrek = 13.82", col ="red")text(x =4.8, y =1.8, "diameter = 4.4", col ="blue")
Voor elke cirkel geldt: de omtrek gedeeld door de diameter is gelijk aan \(pi\); in deze figuur is dit \(13.82/4.4=3.14\).
Interessant, maar wat heeft dit met taal te maken?
Waarom gebruiken we het symbool \(pi\)?
Welnu, \(pi\) werd als wiskundig symbool voor het eerst gebruikt door William Jones in 1706. Het symbool zou later gepopulariseerd worden door Leonhard Euler (Britannica, T. Editors of Encyclopaedia 2021).
William Jones was een wiskundige, maar ook een van de eerste filologen.
In de taalwetenschap is William Jones vooral bekend vanwege zijn inzichten in de taalverwantschap tussen talen als Sanskriet, Latijn, Gothisch, Keltisch, enz. Jones was een van de eersten die opmerkelijke gelijkenissen vastgesteld heeft tussen deze talen.
Ondertussen weten we dat deze talen evolutionair verwant zijn en dat deze talen behoren tot dezelfde taalfamilie, het Indo-Europees, en dat deze talen (incl. het Nederlands) historisch terug te brengen zijn tot het Proto-Indo-Europees.
Maar waarom gebruikte Jones de term \(pi\)?
Etymologisch blijkt dit verwant te zijn aan het Griekse periphéreia(Harper 2024), wat we in het Nederlands ook kennen als “periferie”. \(pi\) is dus een afkorting!
En waarom gebruiken we in het Nederlands “omtrek” en niet “circumferentie”, zoals in veel andere talen die eerder Latijnse termen gebruiken (cf. Eng. “circumference”).
Ook hiervoor hebben we een interessante taalwetenschappelijke verklaring.
Het is een van de zovele wiskundige termen die “vernederlandst” werden door de Brugse wiskundige Simon Stevin (Kox 1990).
Stevin introduceerde heel wat neologismen (nieuwe woorden) als Nederlands alternatief voor Latijnse termen. “Omtrek” is dus ook een purisme, zoals duimspijker in plaats van punaise.
Gelukkige pi-dag! Dat verdient een taartje (tiens, waarom geen “pie-tje”?)